Houtstook

Een open haard, vuurkorf of barbecue geeft warmte en gezelligheid. Het stoken van zo’n houtvuurtje heeft ook een andere kant.

Het stoken van hout is ongezond voor jou en voor je omgeving. De rook van een houtvuur bevat namelijk altijd schadelijke stoffen. Als je hout verbrandt, komen er schadelijke stoffen in de lucht, zoals fijnstof, kankerverwekkende koolwaterstoffen (PAK’s), benzeen en koolmonoxide. Dat zorgt voor ongezonde lucht.

campagne-vuurstoken-twitter

Hout stoken is een risico voor de gezondheid

Dit geldt voor iedereen: mensen die in de buurt wonen, maar ook voor jezelf, als stoker. Vooral kwetsbare groepen als mensen met een longziekte, ouderen en kinderen krijgen eerder gezondheidsklachten door de rook van een houtvuur of barbecue. Deze mensen kunnen benauwd worden, moeten veel hoesten of krijgen (blijvend) een slechtere longfunctie. Ook bij kleine hoeveelheden houtrook kunnen zij klachten ontwikkelen. Als ze veel rook inademen, kunnen de klachten lang aanhouden, ook als het vuur uit is.

Hoeveel last iemand heeft of welke klachten iemand krijgt, verschilt

Dit hangt af van de hoeveelheid rook, hoe lang je het inademt, hoe gezond je bent en welke stoffen er precies in de rook zitten (de samenstelling van de rook). En er zijn ook mensen die last hebben van de geur van houtrook. Hoeveel schadelijke stoffen er in de lucht komen, hangt af van het soort kachel, het hout dat je gebruikt en de manier waarop je stookt. Met een paar veranderingen in de manier waarop je stookt, kun je de uitstoot van schadelijke stoffen verminderen.

Houtkachel of open haard: 10 tips voor minder overlast
  1. Stook alleen droog hout. Vochtig hout brandt niet goed en geeft extra veel rook en fijnstof. Zelf hout hakken? Droog het hout minstens 2 jaar. Het hout is droog als het gebarsten is of als de bast loslaat. Gebruik een vochtmeter om te meten of het hout een vochtigheidsgehalte tussen 15 en 20% heeft. En gebruik haardhout met het FSC- of PEFC-keurmerk. Dat garandeert dat het uit verantwoord beheerd bos komt.     
                                                                                                                             
  2. Stook geen geverfd of geïmpregneerd hout: bij verbranding komen zware metalen vrij. Het is daarom verboden om bewerkt hout te verbranden. Ook (spaan)plaat en laminaatvloeren horen níét in de houtkachel of open haard vanwege de lijm die erin zit. Stook ook geen papier en karton. Het geeft veel rook en vliegas en is daarom zelfs verboden als brandstof.
     
  3. Leg het meest brandbare materiaal (kleine houtjes) boven op het vuur en steek het vuur van bovenaf aan. Dit wordt ook wel de Zwitserse methode genoemd. Dat betekent dat je het meest brandbare materiaal bovenop legt als je de kachel aanmaakt en niet onderop, zoals veel mensen doen. Het hout plaats je kruislings op elkaar, van dikke blokken hout onderin naar dunne losse houtjes en een aanmaakblokje bovenop. Maak het vuur nooit aan met brandbare vloeistoffen (bijvoorbeeld spiritus), dat is gevaarlijk.
     
  4. Laat de open haard of houtkachel uit bij windstil of mistig weer; raadpleeg de Stookwijzer en let op het stookalert. Op zulke dagen blijft de rook hangen en heb je rondom het huis veel luchtvervuiling en rook- en geuroverlast. Op de Stookwijzer en op stookalert zie je wanneer je vuur beter uit kan blijven.
     
  5. Laat de schoorsteen minstens één keer per jaar goed vegen. Dit is ook een stuk veiliger: je hebt dan minder kans op een schoorsteenbrand.
     
  6. Zorg voor volledige luchttoevoer. Het hout kan dan beter verbranden waardoor je minder schadelijke stoffen hebt (zoals kankerverwekkende koolwaterstoffen (PAK’s ) en koolmonoxide). Laat het vuur niet 'smoren'; het hout verbrandt dan niet volledig waardoor er extra veel schadelijke stoffen ontstaan. Ga bij de vakexpert (of handleiding) na wat de specifieke werkwijze is voor jouw haard of kachel.
     
  7. Houd ventilatieroosters tijdens het stoken open (of zet een raampje open). Vooral bij oudere kachels is het belangrijk dat het vuur lucht kan aantrekken, zodat de rook via de schoorsteen kan worden afgevoerd en er geen schadelijke stoffen blijven hangen. Bij nieuwe kachels wordt vaak automatisch de lucht van buiten aangevoerd. Wordt het binnen te warm met de houtkachel aan? Stook dan met minder hout.
     
  8.  Controleer regelmatig of je goed stookt: een goed vuur heeft gele, gelijkmatige vlammen en er komt bijna geen rook uit de schoorsteen. Oranje vlammen en donkere rook geven aan dat de verbranding niet goed is: zorg dan voor meer luchtaanvoer.
     
  9.  Zorg voor een kachel die niet te groot is voor jouw huis. Bij een te grote kachel wordt het al snel te warm tijdens het stoken. Ga je het vuur dan ‘smoren’, dan komen er meer schadelijke stoffen vrij. Op internet zijn verschillende sites te vinden met een rekentool of een grafiek waarmee je kunt berekenen welk formaat kachel past bij jouw huis. Een specialist kan advies op maat geven voor jouw situatie.
     
  10. Laat het rookkanaal en de schoorsteen goed afstemmen op je haard of kachel door een installateur. Je voorkomt hiermee schoorsteenbrand. Door een te kort rookkanaal of een regenkap op het rookkanaal, kan de rook zich niet goed verspreiden. Hierdoor heb je rondom je huis luchtvervuiling en rook- en geuroverlast.

Wil je meer informatie over de gevolgen van hout stoken voor het milieu en de gezondheid van jezelf en je omgeving? Check dan de website van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal

Buiten stoken of BBQ: 5 tips voor minder overlast
  1. Gebruik alleen schoon hout dat goed gedroogd is. Vochtig hout verbrandt onvolledig, waardoor veel ongezonde stoffen vrijkomen. Hout moet minimaal 2 jaar drogen. Gebruik een vochtmeter om te meten of het hout een vochtigheidsgehalte tussen 15 en 20% heeft.  
     
  2. Stook geen geïmpregneerd of geverfd hout, daarbij komen schadelijke stoffen vrij. Het is daarom verboden om bewerkt hout te verbranden. Ook verbranden van snoeihout of afval is verboden.
     
  3. Brandbare blokken van geperst hout, zonder toevoegingen zijn het minst schadelijk. Gebruik blokken met het FSC- of PEFC-keurmerk. Stapel ze losjes, zodat er veel zuurstof bij kan. Zo kan het hout volledig verbranden en komen er minder schadelijke stoffen vrij.
     
  4. Laat de barbecue of vuurkorf uit bij windstil of mistig weer; raadpleeg de Stookwijzer en let op het stookalert. Op zulke dagen blijft rook hangen en dat kan plaatselijk veel luchtvervuiling en rook- en geuroverlast veroorzaken. Op de Stookwijzer en stookalert zie je wanneer je vuur beter uit kan blijven.
     
  5. Een elektrische barbecue geeft nauwelijks (rook)overlast voor de omgeving. Dat is een betere keuze dan een barbecue op houtskool. Toch kan in alle barbecues giftige rook ontstaan doordat vocht en vet uit het vlees druipt en verbrandt in de vlammen. Dat kun je voorkomen door een barbecue te gebruiken met een vet opvangplaatje.

Wil je meer informatie over de gevolgen van hout stoken voor het milieu en de gezondheid van jezelf en je omgeving? Check dan de website van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal.

Overlast 

Ga zelf in overleg met uw buren

Weet u wie de overlastgevers zijn? Ga eerst zelf in gesprek met uw buren. Geef aan dat u hinder ondervindt van hun stookgedrag en kijk of u samen tot een oplossing kunt komen. Vindt u het lastig om in gesprek te komen of loopt het gesprek op niets uit? Dan kunt u Buurtbemiddeling inschakelen. Zij geven informatie en advies over hoe je de burenoverlast zelf kunt aanpakken. De bemiddelaars zijn vrijwilligers van Tympaan-De Baat die getraind zijn in gespreksvoering en conflicthantering. Meer informatie over Buurtbemiddeling vindt u op de website van Tympaan-De Baat.

Mocht dit niets opleveren en is de overlast ernstig dan kunt u een melding doen

Dit kan bij de gemeente of de politie. Hoe dat in zijn werk gaat, leest u hier