Uitkering voor oudere en arbeidsongeschikte werklozen

De IOAW-uitkering is voor mensen boven de 50 jaar met een laag inkomen. De uitkering vult het inkomen aan. Vraag de IOAW aan via werk.nl.

De IOAW-uitkering vult uw inkomen aan tot het bijstandsniveau. De IOAW geldt voor oudere werkloze werknemers. Het verschil met een bijstandsuitkering is dat er bij de IOAW niet wordt gekeken naar uw vermogen. U mag uw gespaarde geld, uw eigen huis of uw boot gewoon houden. Het inkomen van uw partner wordt wel in mindering gebracht op deze aanvullende uitkering.

Het aantal personen in uw huishouden bepaalt de hoogte van uw uitkering. Als u met meer mensen in huis woont, kunt u de kosten voor levensonderhoud delen en is uw uitkering lager. Dit geldt niet voor inwonende kinderen tot 21 jaar, studenten en commerciƫle relaties (huurders).

De voorwaarden voor de IOAW-uitkering zijn:

Daarnaast voldoet u aan 1 van de volgende voorwaarden:

  1. U bent op of na uw 50e jaar werkloos geworden. U heeft nog niet de AOW-leeftijd. U kreeg langer dan 3 maanden een WW-uitkering.
  2. U kreeg op of na uw 50e jaar recht op een WGA-uitkering. U bent herkeurd en bent voor minder dan 35% arbeidsongeschikt. Hierdoor is de WGA-uitkering gestopt.
  3. U bent gedeeltelijk arbeidsongeschikt (minder dan 80%). U heeft een partner die na 31 december 1971 geboren is. U heeft geen kinderen onder de 12 jaar.

U vraagt de uitkering aan bij UWV. Bent u getrouwd of woont u samen, dan moet u de uitkering samen met uw partner aanvragen. UWV stuurt uw aanvraag door naar de gemeente. De gemeente neemt een beslissing over de aanvraag en laat u die schriftelijk weten. De uitkering wordt maandelijks achteraf uitbetaald.

Het kan een aantal weken duren voor de eerste uitbetaling. Komt u hierdoor in geldnood? Dan kunt u een voorschot vragen. Neem hiervoor contact op met de gemeente.

Zo vraagt u een IOAW-uitkering aan:

U kunt bezwaar maken tegen de beslissing op uw aanvraag. Doe dit binnen 6 weken. Bent u het daarna niet eens met de uitspraak op het bezwaarschrift? Teken dan beroep aan bij de rechtbank.

Als u een aanvraag of melding doet, heeft de gemeente uw persoonsgegevens nodig. De gemeente behandelt uw persoonsgegevens zorgvuldig. In de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) staat hoe de gemeente met uw persoonsgegevens moet omgaan.

De belangrijkste regels zijn:

  • De persoonsgegevens waar de gemeente om vraagt, zijn nodig voor het afhandelen van uw aanvraag of melding.
  • De gemeente registreert en verwerkt uw gegevens op een veilige, vertrouwelijke en zorgvuldige manier.
  • De gemeente gebruikt uw gegevens alleen voor het verwerken van uw aanvraag of melding (of voor iets wat daar rechtstreeks verband mee heeft).
  • Uw persoonsgegevens blijven niet langer bewaard dan nodig is voor het verwerken van uw aanvraag of melding.
  • Andere organisaties krijgen uw gegevens alleen als dit wettelijk verplicht is.
  • Als u hierom vraagt, dan vertelt de gemeente u waarvoor de gegevens nodig zijn en wat ermee gebeurt.